PUPILLENPOLO
Competitiewedstrijden pupillenwaterpolo ▲
Bij pupillen wedstrijden spelen meisjes en jongens gemixt.
Pupillen kunnen komend seizoen in de E-competitie spelen, dit is voor kinderen tot 11 jaar of in de D-competitie; dit is voor kinderen tot 13 jaar. PCG streeft er naar om altijd één team in de E-competitie en een team in de D-competitie op te geven. Waar mogelijk schrijven we meer teams in.
De wedstrijden zijn op zaterdagen meestal aan het eind van de middag, begin van de avond. Er zijn thuiswedstrijden in het Caribabad en uitwedstrijden in de regio Rotterdam. Aan het begin van het seizoen wordt het rooster van de wedstrijden bekend gemaakt op de website van PCG. Eventueel is een geprinte versie te verkrijgen bij de coach.
Elk team wordt gecoacht en getraind door een ervaren waterpolo’er(s). Bij voorkeur is ook één van de ouders betrokken bij het team als teambegeleider. De coach begeleidt de kinderen tijdens de wedstrijd, de teambegeleider ondersteunt de coach bij de voorbereiding van de wedstrijd en onderhoudt het contact met de andere ouders van de kinderen uit het team. Aan het begin van het seizoen wordt een rijrooster gemaakt. Elke ouder komt dan ongeveer 4x per jaar aan de beurt om te rijden van en naar de uitlocatie.
Het is de bedoeling om zelf steeds het rooster te raadplegen wanneer er gespeeld moet worden en hoe laat er verzameld moet worden voor de wedstrijd. We zijn altijd een half uur voor aanvang van de wedstrijd in het zwembad waar gespeeld wordt. Een wedstrijd afzeggen kan, bij voorkeur minstens een week van te voren bij de coach of de tembegeleider. Bij ziekte of andere overmachtsituaties is dit natuurlijk niet mogelijk, maar wel graag even laten weten. Waterpolo is een teamsport; we gaan er dan ook van uit dat afzeggen eerder een uitzondering is dan regel.
Bij waterpolo heb je natuurlijk een verenigingszwempak of een -zwembroek aan. Verder een waterpolocap. En voorafgaand aan de wedstrijd een short en t-shirt en badslippers. De waterpolocaps worden door de vereniging verstrekt. Short, t-shirt en zwempak/zwembroek is te koop via de vereniging. We streven ernaar om er als een team uit te zien door allemaal de verenigingskleding te dragen.
Wedstrijden en spelregels ▲
Het speelveld
Je mag tijdens de wedstrijd wisselen, bv. als je moe bent, maar alleen als je naar het terugkomvak gaat en de kant hebt aangetikt. Je mag ook wisselen tijdens doelpunten en tussen twee perioden. Dan hoeft dat niet via het terugkomvak te gebeuren.
Het Pupillen-team
Een D-pupillenteam bestaat uit 6 spelers en een keeper. Ieder team mag 6 wisselspelers hebben. Het E-pupillenteam bestaat uit 4 spelers en een keeper. Ieder team mag 5 wisselspelers hebben. Elk team heeft een speler als aanvoerder. Hij of zij is verantwoordelijk voor het goede gedrag van de medespelers. De twee teams zijn door de caps van elkaar te onderscheiden. Het team dat thuis speelt heeft een witte cap op, het andere team blauwe caps. De keepers dragen een rode cap. Op de caps staan nummers, zodat de spelers van één team van elkaar te onderscheiden zijn. De oordoppen op de caps zijn ter voorkoming van een blessure. Ze beschermen je oren (het trommelvlies), bijvoorbeel als een bal tegen je hoofd komt. Je moet ze dan ook niet alleen tijdens de wedstrijd, maar ook tijdens de trainingen dragen.
De bal waarmee we spelen is een damesbal.
Hoe lang duurt jullie wedstrijd?
Voor de pupillen onder 11 duurt een wedstrijd 4 perioden van 4 minuten netto. Onder 13 jaar 4 perioden van 5 minuten netto. Netto betekent dat de tijd wordt gestopt als er een vrije bal is, of als de bal buiten het speelveld is. Dus alleen die tijd wordt meegerekend, dat er ook echt gespeeld wordt.
Hoe begint een wedstrijd?
Aan het begin van een wedstrijd liggen de spelers en de keeper, op de doellijn (maximaal 2 spelers in het doel). Als de scheidsrechter fluit, wordt er zo snel mogelijk opgezwommen. De bal wordt door de scheidsrechter, net uit de kant, in het midden, op het water gelegd. De speler die het snelste is, komt in balbezit en gooit de bal naar zijn spelers op zijn eigen helft. Als er een doelpunt gemaakt is, moeten de spelers naar hun eigen speelhelft. Het team, wat een tegendoelpunt heeft gekregen, mag de bal uitnemen. De bal moet vanuit het midden uitgenomen worden.
Waarvoor hebben we een scheidsrechter nodig?
De scheidsrechter heeft de leiding over het waterpolospel. Bij de spelers wordt de spelerskaart gecontroleerd. Ook kijkt hij (of zij) of de spelers lange nagels hebben.
Je kunt daarmee verwondingen veroorzaken. Daarom mag je ook geen sieraden, zoals ringen dragen. Hij (of zij) kent de spelregels heel goed. Door te fluiten en tekens te geven met zijn armen, maakt hij (of zij) duidelijk wat hij (of zij) bedoelt. Hij (of zij) zorgt ervoor dat overtredingen van de spelregels worden bestraft. Zijn het gewone fouten, dan worden die bestraft met een vrije bal. De scheidsrechter wijst dan in de richting van de aanvallende ploeg. Wordt het niet goed begrepen, dan legt hij (of zij) het spel stil en legt even aan alle spelers uit wat er aan de hand is. Aan het eind van een wedstrijd kijkt hij (of zij) het wedstrijdformulier na, of alles goed is ingevuld. De scheidsrechter moet overal heel goed op letten. Het is niet zo gemakkelijk en mopperen op de scheidsrechter is dus helemaal niet eerlijk.
Wat is een spelerskaart?
De spelerskaart is een soort paspoort. Je naam en je geboortedatum met je pasfoto staat erop. Er staat ook een speciaal nummer op, je startnummer. Dit startnummer is jouw speciale nummer, waarmee je bij de KNZB (Koninklijke Nederlandse ZwemBond) staat ingeschreven. Dit startnummer wordt ook vermeld op het wedstrijdformulier. Ook de vereniging waarvoor je speelt, is er op vermeld.
Uit welke personen bestaat de jurytafel?
De jurytafel staat ongeveer op de middellijn. Bij een pupillenwedstrijd hebben we naast de scheidsrechter een secretaris en een tijdwaarnemer nodig. De secretaris vult in wie er in welke minuut scoort en wie er uit gestuurd wordt. De tijdwaarnemer zorgt voor de klok.
Wat is een wedstrijdformulier?
Op het wedstrijdformulier wordt alles wat er tijdens een wedstrijd gebeurt, opgeschreven. Met de handtekeningen van de aanvoerders (of de coaches) en van de scheidsrechter, wordt het formulier ondertekend. Daarmee zeg je dat alles wat op het formulier staat waar is.
Het maken van een doelpunt
Een doelpunt is gemaakt als de bal de doellijn tussen de beide doelpalen en onder de dwarslat geheel gepasseerd is. Een doelpunt kan worden gemaakt vanaf elke plaats binnen het speelveld. Alleen de keeper mag de middenlijn niet over om de bal te spelen. Bij het begin van de wedstrijd of elk herbegin, moet de bal tenminste door twee spelers (van één van beide ploegen uitgezonderd de verdedigende keeper) bewust gespeeld of aangeraakt worden, behalve bij het nemen van:
een strafworp
een vrije worp waarbij de speler de bal in zijn eigen doel gooit
een doelworp als direct schot
een direct schot uit een buiten de 5 meter gegeven vrije worp
Het is ook een doelpunt is als de bal bij het eindsignaal van een speelperiode al gegooid is, maar de bal pas na het eindsignaal het doel in gaat.
Doelworpen
Het is een doelworp als de bal helemaal over de doellijn (achterlijn) is gekomen, behalve in het doel, Als de verdedigende keeper de bal raakt voor hij over de doellijn gaat dan is het een hoekworp. De doelworp moet genomen worden door de speler die het dichtst bij de bal is binnen het 2-meter gebied.
Hoekworpen
Het is een hoekworp, of ook wel 2 meter worp, als de bal de doellijn helemaal heeft gepasseerd, behalve in het doel, en het laatst is aangeraakt door de keeper van de verdedigende ploeg, of wanneer een verdedigende speler opzettelijk de bal over de achterlijn plaatst. De hoekworp wordt genomen door een speler van de aanvallende ploeg vanaf het 2-meterteken aan de kant waar de bal over de doellijn is gegaan. Bij het nemen van een hoekworp mag geen speler van de aanvallende ploeg zich binnen het 2-metergebied bevinden.
Neutrale inworpen
De scheidsrechter geeft een neutrale inworp of scheidsrechterbal als bijvoorbeeld het niet zeker is wie de eerste overtreding maakte en als de bal een hindernis boven het water raakt of daarop blijft liggen. Bij een neutrale inworp, gooit een scheidsrechter de bal in het speelveld op een zodanige wijze dat de spelers van beide ploegen een gelijke kans hebben de bal te bemachtigen.
Vrije worpen
Een vrije worp wordt genomen op de plaats waar de overtreding is begaan. Maar als de bal tussen jou (jij bent de persoon die de vrije worp krijgt) en je eigen keeper ligt, dan moet de vrije worp genomen worden op de plek waar de bal is. De spelers uit je eigen team moeten er voor zorgen dat de bal op de plek komt waar de vrije worp genomen moet worden. Je hoeft de vrije worp niet onmiddellijk te nemen, maar wel zonder onnodig oponthoud. Treuzel je expres dan krijgt de andere ploeg een vrije worp. De vrije worp is genomen zodra de bal je hand verlaat. Ook mag je zelf met de bal gaan zwemmen (dribbelen) voordat je de bal plaatst naar een andere speler.
Persoonlijke fouten
Er zijn verschillende soorten persoonlijke fouten (overtredingen) die je kunt maken. Er zijn gewone fouten; het andere team krijgt dan een vrije worp. En er zijn zware fouten; je wordt dan van de wedstrijd ”uitgesloten” (dat is uitgestuurd) en/of de het andere team krijgt een stafworp. Bij een derde persoonlijke fout, wordt de speler voor de verdere duur van de wedstrijd uitgesloten met vervanging.
Gewone fouten
De scheidsrechter geeft een vrije worp als je een gewone fout maakt. Voorbeelden van deze overtredingen:
De bal helemaal onder water duwen of houden als je aangevallen wordt (ook als de aanvaller jouw hand met de bal naar beneden duwt).
Met twee handen tegelijkertijd spelen of aanraken van de bal (Geldt niet voor de keeper binnen zijn eigen5-metergebied).
Hinderen van een tegenstander die de bal niet vasthoudt. Als de tegenstander met de bal voor zich zwemt betekent het ook dat hij/zij de bal niet vasthoudt. Als je op de schouders, rug of benen van je tegenstander zwemt zal de scheidsrechter ook fluiten voor hinderen.
Let op! Als je zelf de bal vasthoudt kan je de tegenstander hinderen door hem/haar van je af te duwen (met je hand of hoofd). Je maakt dan de overtreding “hinderen” en de andere partij krijgt de vrije worp.
Zware fouten
Als je een overtreding maakt die als uitsluitingfout geldt dan krijgt de tegenpartij een vrije worp en je wordt er uitgestuurd. De scheidsrechter stuurt je er uit als je iemand vasthoudt of aan iemand trekt. Als je niet luistert of lelijke woorden gebruikt. Waterspatten naar de tegenstander mag ook niet.
Bij de pupillen onder 11 jaar moet je, als de scheidsrechter je er uit stuurt, worden gewisseld met een andere speler. Je moet dan naar het terugkomvak bij de eigen doellijn zwemmen. Je mag daarbij het speelveld niet uitgaan. Pas als jij in het terugkomvak aangekomen bent, mag jouw vervanger aan de wedstrijd meedoen. Later mag je wel weer meedoen. Bij pupillen onder 13 jaar zijn er regels over wanneer jij of je vervanger weer mee mag doen.
Als je naar iemand schopt of slaat, is dit heel erg. Maar ook als je je expres niet aan de spelregels houdt of niet luistert naar de scheidsrechter. Je wordt er dan ook uitgestuurd. Bij de pupillen onder 11 jaar word je direct vervangen door een andere speler; je mag later wel weer meedoen. Bij de pupilllen onder 13 jaar, mag je dan niet meer meedoen. Je wordt pas na 4 minuten vervangen door een andere speler.
Ook het publiek op de tribune en de teambegeleiders dienen zich te houden aan gedragsregels. Aanmoedigen is goed en leuk, maar schelden is niet toegestaan!!! In ernstige gevallen kan de scheidsrechter iemand van de tribune sturen of zelfs de hele tribune laten ontruimen.
Strafworpfouten
Het is een strafworpfout als je als verdedigende speler een overtreding maakt binnen het 5- metergebied waardoor vermoedelijk een doelpunt wordt voorkomen.




